bekwaamheid van mensen, maar ook over de beslissingen die men maakt. Wie kiest voor een minder
hoog aangeschreven universiteit dan Princeton, wordt aanschouwd als minder slim door het maken
van een ‘minder goede’ keuze. Het feit dat er enkel gerekruteerd wordt op elite scholen, wijst al op
de elite mentaliteit die leeft in Wall Street. Ho bekijkt deze elite-mentaliteit en de manier van
aanwerven. Ook gaf ze een stem aan ze zij die weinig waardering kregen binnen Wall Street, zij die
vaak buiten die elite vallen. Ho bespreekt hoe vrouwen en niet witte mensen buiten de elite groep
van Wall Street vallen en het voor hen dus een grotere uitdaging is om hier terecht te komen. Ho is
zelf een vrouw van Aziatische afkomst, die lid was van Aziatisch-Amerikaanse studentenorganisaties
en verbleef in een Afrikaanse-Amerikaanse en Aziatisch-Amerikaanse residentie. Hierdoor had zij
connecties met hen, ze schrijft dan ook dat 40% van haar informanten niet witte mensen zijn, met
een kleine meerderheid van mannen. Door hen een stem te geven, wordt er vanuit een kritische
hoek naar de elite wereld van Wall Street gekeken. Bovendien laat zij mensen aan het woord die
vanuit verschillende hoeken naar de situatie kijken. Zo geeft zij bijvoorbeeld het woord aan een
studente die kritisch kijkt naar de elite evenementen die worden georganiseerd bij het aanwerven
van studenten, maar ook aan een vrouw die vooroordelen ervaarde door het feit dat zij geen ‘Ivy
League’ universiteit koos. Ook gesprekken tussen zowel ‘the back office’ als ‘the front office’ schrijft
zij neer, waarbij zij bespreekt dat zij het opneemt voor ‘the back office’ en hier op weinig begrip kan
rekenen.
Om deze cultuur te ontdekken, paste Ho enkele kaders toe die zij zelf ook bespreekt in haar boek.
“Het toegang krijgen tot de centrale ideeën en prakijken van de investeringsbankencultuur geeft ons
inzicht in het proces van marketmaking en de culturele werking van die markt.” (Ho, Liquidated: An
Ethnography of Wall Street, 2009). Ho schrijft dat ze om dit te doen, inspiratie haalde uit de
begrippen ‘disposition’ en ‘habitus’ van Pierre Bourdieu. “‘Disposition’ verwijst naar een ‘manier van
het zijn’, een 'neiging', die samen de habitus vormen. De Habitus is een systeem van ‘dispositions’.”
De Habitus is de mentale structuur die individuen in een bepaalde sociale omgeving ontwikkelen, de
bril waarmee zij naar de wereld kijken en die bepaald hoe zij handelen. De Habitus wordt binnen een
sociale omgeving gevormd en daardoor zullen individuen die in een gelijkaardige sociale omgeving
zitten, ook een gelijkaardige habitus hebben. (Bourdieu, 1990)
Ho onderzocht de structuur en het vormen van de habitus van investeringsbankiers. Deze
investeringsbankiers studeerden aan elite universiteiten, worden gezien als ‘de slimste’ en komen
terecht in een werkomgeving met extreme job onzekerheid, hard werk en lange shiften. Die
ervaringen creëren een investeringsbank-habitus. Ho laat bijvoorbeeld zien hoe de persoonlijke
biografieën van investeringsbankiers een rol spelen in, en samenvallen met, de werkervaringen om
een ‘algemene kennis’ van de Wall Street-analyses en -aanbevelingen vorm te geven. En die habitus
zorgt ervoor dat het organisatiemodel dat bestaat uit ‘liquiditeit van werknemers’ niet enkel wordt
aanvaard, maar ook gepromoot wordt aan anderen. Om te weten waarom het constante inkrimpen
van het werknemersaantal wordt gevierd en gerechtvaardigd, is het belangrijk om te weten hoe dit
wordt ervaren door degenen die hier middenin zitten.
Ho verwijst in haar boek enkele keren naar Mitchel Y. Abolafia, een economische socioloog die
gespecialiseerd is in ‘organizational behavior theory’ (organisatiekunde). Organisatiekunde stelt de
manier waarop mensen zich gedragen in een werkomgeving in vraag. Het is een wetenschap die de
factoren bekijkt die gedrag op de werkvloer kunnen veroorzaken. Ho bestudeert de cultuur en
mentaliteit binnen de investeringsbanken in Wall Street. Ze bekijkt hoe de werkdagen eruit zien in
Wall Street en leert hierdoor de informele, ongeschreven regels kennen. Het is ongebruikelijk om je
eigen lunch mee te nemen, het is de gewoonte om eten te bestellen op de kosten van het bedrijf.
Ook observeert Ho een verschil in gedragen naar ‘the back office’ en ‘the front office’. ‘The back
office’ is de afdeling die een ondersteunende rol heeft voor ‘the front office’. Die eerste krijgt een
stuk minder waardering dan die tweede, ook hebben deze afdelingen amper contact met elkaar. Dit